Biografie

Getekende levensloop

Johan Van Robays

(tekeningen: Rudi Bagusat)

Biografie levensverloop

Op 8 juni 1950 werd in Roeselare een navelstreng doorgeknipt en kreeg de pasgeborene het label ’Johan Van Robays’ opgespeld. Het zou hem levenslang tekenen. Twee jeugdervaringen determineerden zijn prille hersenwindingen.

1. Johan werd aangesteld om de nieuwe collecties van het huis ‘Roodkapje’ te showen. Daarbij plaatste hij de rechtervoet een beetje opzij zoals men dat ziet bij een balletdanseres in de eerste positie. Omdat zijn ouders vrome mensen waren werd de allernieuwste collectie ook getoond tijdens de Zondagse Hoogmis van 10u.

2. Buurman Blomme was een kistenmaker. Terwijl zijn leeftijdsgenoten tegen een bal stampten, keek Johan naar de schaafkrullen van ‘het bruiloftskleed der dooden', zoals Guido Gezelle een lijkenkist dichterlijk beschreef.

Biografie levensverloop

Dat het een zoon was stemde vader Rafael dolgelukkig. Hij hield van rechte lijnen in zijn stamboom die hij al tot het jaar 1590 uitgegraven had. Ook moeder Jeanne (later kortweg: Jo) bekeek het extroverte geslachtsdeel aandachtig en deed al enkele opmetingen in verband met het eerstkomende defilé . Vader Raf kocht een Kodak om de mooiste kant van zijn zoon (de achterkant) vanuit verschillende invalshoeken te fotograferen. Zo poezelig als het schapenvel eruit zag, zo onschuldig waren Johans vragen toen bleek dat hij als peuter weer iets mispeuterd had en niet wist waarom.

Biografie levensverloop

De genetische constellatie van Johan mocht een geslaagde mix van moederlijk en vaderlijk DNA genoemd worden. Zijn moeder was vitaal, creatief en liederlijk. Uit het vaderlijke DNA ontving hij het allergrootste talent: de verwondering. De fascinatie voor alles.

Moeder Jo zat vol muziek. Terwijl de stoofpotten konijn met pruimen of ossentong met puree en Madeira saus op het vuur stonden, zong ze operetteliederen van Straus, Stolz en Lehàr. Haar gezang doordrong muren, plafonds en keldergewelven. Ook het hoofd en de ingewanden van haar eerstgeborene.

Van zijn vader, die importeur was van de ‘faux bijoux’ uit Tsjecho-Slowakije, ontving Johan speelkaartvormige jaarkalenders. Overzichtelijk in maanden en dagen onderverdeeld. Maar aan de achterkant van de kaart keek men recht in de ogen van een Slavische schoonheid. Vanuit haar slanke hals daalden de parels (‘perles fines’) uit de nieuwe collectie als een prachtjuweel tot diep in haar borstspleet. Alle klasgenoten vergaapten zich er aan en Johan kwam op het idee die kaarten te ruilen voor knikkers. De zaken liepen goed totdat de godsdienstleraar het lucratief handeltje ontdekte en Johan alweer niet begreep Johan waarom zijn grote voorraad mooie knikkers plots verbeurd verklaard werd.

Biografie levensverloop

Als een scout pur sang leefde Johan met open oog in Gods Natuur. Waar zijn grootmoeder ook een haantje of kippetje slachtte, was hij er als de kippen bij om de binnenkant er van te zien. Onder het toeziend oog van likkebaardende katten sneed hij later zelf dode duiven, ratten en mollen open. Op de boerderij zag hij dan de andere kant van de dood: de verliefdheid als aanzet voor een omslachtig voortplantingsgedrag.

Biografie levensverloop

Op de boerderij zag Johan ook de kleur en de verkleuring van bloed toen er van een dwars doorgezaagd varken bloedpens gemaakt werd. Terug thuis bouwde hij met Legoblokjes een huis waarin hij de natuur in miniformaat nabootste. In het huis stopte hij vliegen, kevers en andere geleedpotigen om door de ramen hun biologisch en sociaal gedrag te bestuderen.

Vader Raf hield van een strak gazon en elke molshoop erin was er een teveel. Zo overspoelde hij zijn zoon met dode mollen en die greep de prachtkans aan om zijn chirurgische vaardigheid en anatomische kennis aan te scherpen. De mooi geprepareerde mollen gingen echter snel teloor aan rotting en bederf tot hij bij de drogist sterk water vond. In formol verstarden de organen ogenblikkelijk zodat de binnenstebuiten gekeerde mollen tot op vandaag in hun volle anatomische pracht te bewonderen zijn.

Biografie levensverloop

In het heuglijke jaar 1968 penetreerden de eerst meisjesogen zijn netvlies. Het eerste meisje dat hij durfde aan te spreken was Maureen maar op dé cruciale avond -het eerste bal- had ze haar voet verzwikt. Gelukkig had ze een vriendin bij die ze wel even wou lenen. Maar toen gebeurde het. Johan werd ter plaatse smoorverliefd op die vriendin, An. De hele avond swingden An en hij van de ene snelle dans in de andere tot ze buiten adem en bekaf naar een slow hunkerden. Pas vijf voor middernacht kwam de eerste eraan. En dan de ene na de andere waarbij ze nog een uur lijf-aan-lijf aaneen plakten zodat Johan veel later dan beloofd thuis kwam. In de deuropening verscheen zijn moeder in nachtjapon als de furieuze Koningin van de Nacht uit Mozarts’ Toverfluit en alweer wist Johan niet wat hij misdaan had.

De volgende dag ging hij in de aanval en vroeg of hij mocht trouwen met het allermooiste meisje van de stad, maar mocht niet. Nee, haalde zijn vader de stamboom erbij en vinkte met rode stift alle posities aan waar het ooit (meestal rond vrouwen) fout gelopen was. Nee, zijn zoon zou niet de zoveelste scheefgetrokken en ontspoorde aftakking worden van een ooit zo roemrijk geslacht dat in 1302 naast de graaf van Vlaanderen gestreden had om op het Groeningheslagveld te Kortrijk de Franse adel in mootjes te hakken. Nee, zijn zoon zou pas een jonkvrouwe huwen als hij het diploma geneeskunde op zak had.

Biografie levensverloop

Afgaande op zijn ondertussen rijk gestoffeerde anatomische kennis van duiven en mollen vond zijn vader geneeskunde de beste studiekeuze. Maar dat was zonder die andere rijk gestoffeerde kennis gerekend, de muziek. Ondertussen had Johan de viool ingeruild voor iets groter: het kathedraalorgel. Vanuit de hoge gewelven bracht hij daarmee de gelovigen in spirituele trance of overdonderde ze met preludes en toccata’s van Bach. Aan zijn beloftevolle carrière als muzikant kwam echter een abrupt einde toen hij op een zondag het allermooiste meisje van Roeselare meenam op het doksaal. Op een ingetogen moment sloeg hij op de orgelbank zijn armen rond zijn beminde en stootte daarbij met zijn elleboog een lijvig gregoriaans zangboek van de balustrade. Vanop het hoge doksaal sloeg het met een oorverdovende klap op de marmeren kerkvloer te pletter en verschrikt keken alle gelovigen achterom. En dan naar boven. Daar zaten de twee tortelduiven op een plek die door God en gebod volkomen verboden terrein was. Exit organist. En ook exit optie muzikant. En opnieuw wist Johan niet wat hij nu alweer verkeerd gedaan had.

Trouwens, vonden zijn ouders, een artiest verdiende de kaas op zijn brood niet. Hun zoon zou dokter worden. En hij zou studeren aan de meest Katholieke Universiteit van het Vlaamse land, die van Leuven.

Biografie levensverloop

In navolging van wat Andreas Vesalius in zijn meesterwerk (De Humani Corporis Fabrica) benadrukt had, begon de studie van de anatomie bij de botten. Beenderen waren immers het alfa en het omega van de mens. Bij leven vormden ze het geraamte waaraan pezen, spieren en zenuwen opgehangen waren. Na de dood waren ze het laatste wat er van een mens overbleef. In navolging van Vesalius hanteerde de prof anatomie ook de Latijnse nomenclatuur.

De eerste autopsie die Johan als student bijwoonde was een bijzondere ervaring. Al had hij menige spitsmuis, konijn of mol ontleed, de dood van een pas overleden mens was grootser. Zó groots dat hij na de autopsie naar buiten rende en zijn armen wild in de lucht gooide: ‘Ik leef, ik leef, ik leef!’, en onmiddellijk die ‘aha-Erlebnis’ doorspoelde met liters bier.

Biografie levensverloop

Zo werd de studietijd een tweepolige magneet met aan de ene kant de dood in al zijn zwart en rituelen. Aan de andere pool het bruisende en brallende leven in al zijn liederlijkheid en dronkenschap tot het ergens in het oosten begon te dagen. Johan en An werden lid van de eerste gemengde studentenclub in Leuven, Moeder Mandel. Met zijn accordeon luisterde hij de vele cantussen op.

Biografie levensverloop

Na zeven jaar keiharde studie was vader Rafael dubbel tevreden. Niet enkel zijn zoon had een diploma op zak, ook zijn toekomstige schoondochter had er een in de economie. In de romantiek van een maagdelijk wit bruiloftskleed en de symboliek van rode anjers, trouwde het jonge stel in volle flower power stijl. Tijdens de wittebroodsweken kwam er van voortplanting niks in huis. Niet omdat de jonggehuwden niet wisten hoe het moest. Een patholoog anatoom weet waar de klepel hangt en een economist weet de tabellen van Ogino-Knaus (periodieke onthouding) te ontcijferen. Maar tijdens een partijtje tennis in Tunis scheurde Johan een belangrijke spier in de lies en strompelde gehandicapt het veld af. Het was de musculus adductor longus, een spier die ook onmisbaar is om het voorplantingsritueel tot een vruchtbare climax te brengen.

Na de huwelijksreis reageerde Johan zijn tijdelijke onmacht af op de studie van het voortplantingsgedrag bij siervissen. In de kelder lijmde hij met silicone een tiental aquaria ineen en bestudeerde maanvissen, zebravisjes, muilbroeders en levendbarenen . Toen zijn musculus adductor longus genezen was, vermande hij zich en uit de vermenging van het anatomisch en economisch DNA kwam sneller dan verwacht een eerste spruit. Het was een dochter. Een jaar later braken de placentaire vliezen een tweede maal en was het reppen naar de materniteit. Plankgas schuurde Johan met zijn overdrive-1600cc-VW-Kever door alle bochten en rode lichten door om, na een helse nachtelijke rit van Leuven naar Roeselare, net op tijd de bevallingstafel te halen. Het was een zoon.

Na de geboorte van zijn eerste zoon ontving hij een andere blijde tijding. In het verre Limburg, meer bepaald in Genk, was er een plaats vacant voor een patholoog anatoom. Met zijn hele hebben en houwen trok hij naar het land waar in ’t Bronsgroen Eikenhout het nachtegaaltje zingt. Onder de opgestapelde meubelen en het huisgerief zat toen al, verscholen in de baarmoeder van An, een derde vrucht.

Biografie levensverloop

Van vogels is het bekend dat ze een nest bouwen dat net zo groot is om alle ‘aan te komen’ eieren te bevatten. Hoe vogels dit op voorhand weten is een van de grootste mysteries van de natuur. Zo kocht Johan in Winterslag een grote mijnvilla met elf slaapkamers. Één ervan richtte hij in als slaap- en voortplantingskamer. De tien andere waren bestemd voor de kinderen die er nog niet waren, maar zouden komen. Hoe hij en An dit wisten is ook een groot mysterie, maar toen alle kamers vol lagen, stopte als bij wonder ook hun voortplantingsgedrag. Ondertussen had Johan elke kinderkamer vertimmerd tot een geriefelijke studeer- en slaapstudio. Niet in de minimalistische Ikea-stijl maar in de geest van zijn voorvaderen: ambachtelijk met schaaf en krullen, hamer en spijkers.

Tijdens de weekends trok het jonge gezin met een oldtimer door het land. Voor zover de Jaguar MK2 het niet liet afweten, ging het van bierproducerende abdijen (Orval) naar kaasproducerende kloostergemeenschappen (Maredsous) tot minder gewijde plekken die bekend waren om hun foie gras en uienconfituur (Morlanwelz). Met de landkaart in de hand wees Johan de volgende plek aan waar culinaire kost en cultuur heerlijk samensmolten tot het nukkige automobiel sputterde of finaal stil viel.

Biografie levensverloop

Tijdens een reis naar het Bourgondische Frankrijk schakelde Johan over van de biermodus naar de wijnmodus. Nu schijnt er in zo’n fles rode wijn heimelijk wat calorieën te zitten en binnen de kortste keren ontwikkelde hij een horecagezwel (‘buikje’). Om het af te trimmen stak hij zich driemaal in de week in een blitse outfit en jogde door het naaldgroen dennenbos tot hij op een dag pal op een mooie bosnimf liep. In haar ogen zag hij een sprookje dat nog nooit eerder verteld was en in haar blonde lokken welde het verlangen op om zijn gehele beroering neer te pennen. Het werd het begin van zijn schrijverscarrière.

Biografie levensverloop

Psychologen weten al langer dan gisteren dat een schrijver het zelden of nooit over een ander heeft. In zijn teksten verheerlijkte Johan de romantische liefde als de hoogste bron van lust en leven, of zoals Tarquino Tasso het poëtischer gezegd had: ‘Verloren is de tijd, die niet aan de liefde is gewijd’. Maar toen zijn sprookjesprinses enkele droomjaren later liet vallen dat ze liever kruiswoordraadsels en Sudoku puzzels oploste dan in een doornat bos rond te ploeteren, brak zijn klomp. Was die zo hooggestemde romantiek dan een fata morgana? Een overdrijving van iets wat zonder die overdrijving niet zou hebben bestaan?

Gelukkig diende zich onmiddellijk een ander model aan: Andreas Vesalius. Méér dan 400 jaar dood en normaliter niet meer tot leven te wekken tenzij, … tenzij Johan er iets op vond. En hij vond het. Hij schreef een roman: ‘De autobiografie van Andreas Vesalius’. Daarin bracht hij de beroemde 16de eeuwse anatoom opnieuw tot leven door hem zelf zijn eigen levensverhaal te laten vertellen. Van diens geboorte met ‘de helm’ (gelukskind) tot zijn tragische dood 50 jaar later, als schipbreukeling op het Griekse eiland Zakynthos.

Om nog dieper in de huid van zijn idool te kruipen schuimde Johan diverse theatergezelschappen af op zoek naar een passend 16de eeuwse kostuum. En hij vond het. In een gouddooraderd jasje, wambuis en bijpassende gespschoenen kroop hij menig spreekgestoelte op en ‘speelde’ Vesalius.

Biografie levensverloop

In vijftien jaar tijds leverde de ooievaar zes meisjes af en vier jongens. Genotypisch allemaal vrij goed gelijkend op één van de ouders. Of met een mix van trekjes van beiden. Fenotypisch echter uitwaaierend in tien ambachten en elf stielen. Maar als ze allemaal om 12 uur voor de zondagse brunch samenkomen, en met elkaar de broodjes en de prosecco delen, is het één gezellige nest.

Biografie levensverloop

Nu Johan emeritus (Latijn voor: ‘uitgediend’) is, wenkt hem een nieuw leven. Een rustiger leven waar hij de tijd op een zijspoor kan zetten. Hij jaagt geen idolen meer na. Hij kruipt niet meer in andermans huid. Hij jogt niet langer door een doorzopen bos en loopt geen fata morgana’s meer na. Ook zijn liefde voor oldtimer Jaguars is bekoeld en in zijn rariteitenkabinet heerst nu de meest normale, doodse rust. Zelfs het slopen van zijn ooit zo ambachtelijk timmerwerk in de vele kinderkamers, en de vervanging door Ikea plankjes, heeft hij met stoïcijnse sereniteit aanvaard.

Toch heeft Johan zichzelf nog niet begraven. Met een roemer rode wijn in de hand peilt hij nog elke avond naar de zin van het leven, en al schrijvend heeft hij die gevonden. Het is het ‘doorgeven’. Het doorgeven van alles. Niet enkel zijn DNA dat al vanaf zijn geboorte in hem ingebakken lag. Ook alles wat hij er later van bakte. Van zijn tienkoppige kroost en vele kleinkinderen waar hij zo fier op is, tot de honderden verhaaltjes die hij in Artsenkrant en het ZOLarium de wereld heeft ingestuurd.

Biografie levensverloop

Of het leven nu een godsgeschenk is of een chemisch toeval, weet hij niet. Wat hij weet, en dagelijks nog dieper beseft, is dat het iets uitermate boeiend en mooi is. Maar ontzettend ingewikkeld. Niet enkel als men het vanuit moleculair oogpunt bekijkt, waar DNA en eiwitten elke milliseconde in de weer zijn om zuurstof op te nemen, rode bloedcellen aan te maken, urine te filteren, hormonen te produceren en nog ontelbaar veel andere fysiologische processen in goede banen te leiden. Maar ook als men het vanuit intergalactisch perspectief bekijkt. Vanuit de onmetelijke kosmos waar niet in seconden, uren of dagen geteld wordt, maar in lichtjaren en andere astronomische cijfers.

Omdat de vele miljarden sterren zo duizelingwekkend ver van hem afstaan koestert Johan vooral de meest nabije, de zon. Niet enkel om haar mooie ochtendgloren en de romantische gloed waarin ze ’s avonds ter kimme neigt. Ook om haar warm solarium-effect op zijn huid. Maar de zon zal ooit eens uitdoven en daarbij zoals elke stervende ster, gigantisch uitzetten. Eerst zal ze Mercurius en dan Venus opslokken om tenslotte als een kolossaal groot dooraderd waterhoofd akelig dicht bij de Aarde komen en alles in lichterlaaie zetten en verschroeien. Alles wat ooit op de mooie planeet Aarde geleefd heeft, gedacht is en geschreven zal tot sterrenstof verpulveren en opgeslokt worden door krachten die een mens nooit zal begrijpen.

De kosmos is niet humaan.

De kosmos is niet humaan.


Top